Roetschorsziekte

Roetschorsziekte, deze schimmel treft voornamelijk esdoorns en komt af en toe voor op berken en linden.

Herkennen roetschorsziekte op esdoorn
Door roetschorsziekte aangetaste stam, foto: Wietse den Hartog - NPPO

Roetschorsziekte (Cryptostroma corticale). Deze schimmel treft voornamelijk esdoorns en komt af en toe voor op berken en linden. In 1940 is de schimmel geconstateerd in Engeland; pas sinds begin eenentwintigste eeuw komt de roetschorsziekte ook in delen van Europa voor.
De sporen van de schimmel worden door de wind verspreid. De schimmel leeft op de boomschors en tast voornamelijk dode bomen aan. Echter na een periode van droogte en hoge temperaturen kunnen ook levende bomen aangetast worden. In de door droogte en warmte verzwakte bomen dringen de sporen via wonden en takeinden in het hout. De sporen ontkiemen en schimmeldraden groeien in het binnenste van de boom. Op de stam ontstaan roetachtige plekken en stukken schors laten los van de takken. Omdat de watertoevoer onderbroken wordt door de schimmel gaat de conditie van de boom snel achteruit: het blad verwelkt, takken sterven af. Onder de loslatende bast zitten bruinzwarte schimmeldraden. Uiteindelijk sterft de boom, met een verhoogd risico op takbreuk.

Gezondheidsrisico
Het inademen van de sporen van deze schimmel kan tot chronische ontstekingen in de longen leiden met littekenweefsel tot gevolg. Voor hoveniers, boomchirurgen en houtverwerkers wordt roetschorsziekte tot de beroepsziektes gerekend. Het dragen van beschermingsmiddelen (masker, bril) is een vereiste bij een vermoeden van roetschorsziekte. Beperk het verplaatsen van aangetast brandhout van esdoorns en bewaar dat ook niet in een afgesloten ruimte. Voor de beroepsgroep is een protocol voor beheer roetschorsziekte beschikbaar.

Vindplaats

Remedie

Geen bestrijding mogelijk. Door tijdige kap van aangetaste bomen kan besmetting van andere bomen voorkomen worden.

Preventie

Snoei niet tijdens een periode van langdurige warmte en droogte omdat esdoorns in zo’n periode verzwakken waardoor de roetschorsziekte kan toeslaan.