Olijfboom

De olijfboom behoort tot de olijffamilie; de soort die de eetbare olijven levert, is de ondersoort Olea europaea subsp. sylvestris.

Foto: Albert Kok - CC BY-SA 3.0
  • Blad en stam van de olijfboom zijn niet giftig en de olijven zijn eetbaar.

Olijfboom (Olea europaea) behoort tot de olijffamilie (Oleaceae). De soort die de eetbare olijven levert, is de ondersoort Olea europaea subsp. sylvestris. Warme, droge zomers en milde winters zijn voorwaarden voor de teelt van olijven.
Olijfbomen is een groenblijver maar wisselt wel elke drie jaar van blad. Dat gaat geleidelijk en begint in de kruin.
Olijfbomen zijn langzame groeiers, hebben een dikke stam en een uitgebreid wortelstelsel. Olijfbomen dragen gemiddeld na vijf jaar olijven. In gematigde streken zoals België en Nederland worden olijfbomen ook veel in kuipen geteeld.
Olijfbomen houden van een zonnige standplaats op het zuiden in een goed doorlatende enigszins kalkhoudende lichte kleigrond. De boom moet niet te nat staan; maar ook niet te droog.
Eén of meer gaten in de bodem van kuipen met olijfbomen zorgt ervoor dat overtollig water kan wegstromen. Zo wordt wortelrot voorkomen.
Bemesten van de olijfbomen met een langzaam werkende mest kan het beste in het voorjaar.
Bescherm jonge olijfbomen tegen vorst in de wintermaanden.
Een olijfboom hoeft niet gesnoeid te worden, maar de boom verdraagt snoei goed. Net als een knotwilg kan de olijfboom tot op de stam helemaal worden gesnoeid. Wie bloemen en eventueel olijven wil hebben, moet de oude takken die bloemen gedragen hebben, wegknippen; olijfbomen bloeien nooit tweemaal op dezelfde tak.

Plaaginsect

Misvormd en verfrommeld blad: bladluis.

Schuim en/of witte pluisjes op het blad: wolluis, schildluis.

Schimmels & ziektes

Zwarte ronde vlekken op de bladeren die vervolgens vergelen: Phytophthora.

Door olijfbomenpest aangetaste boomgaard, foto: Rodrigo Krugner

Boom verdroogt, groei blijft achter en uiteindelijk sterft de boom: olijfbomenpest. Komt vooral voor in Zuid-Europa.

Overig

Blad krult en vergeelt, beginnende vruchten verschrompelen: te weinig water.