Lapsnuitkever

Gegroefde lapsnuitkever; deze bijna 1 cm grote donkergrijze kevers zijn op een groot aantal sierplanten te vinden.

Ook bekend als:
Taxuskever

Lapsnuitkever (Taxuskever), foto: Berend Jan Stijf - CC0 Public Domain

Gegroefde lapsnuitkever (Otiorhynchus sulcatus). Deze bijna 1 cm grote donkergrijze kevers zijn op een groot aantal sierplanten te vinden.
De kevers nemen happen uit de bladranden. De grootste schade wordt echter veroorzaakt door de larven. Deze leven van de knoppen, jonge bast en de wortels. Door de schade aan de bast en de wortels raakt de sapstroom verstoord en ontstaat er watertekort. Planten verwelken en sterven.
De larven overwinteren ondergronds. In het voorjaar verpoppen de larven zich tot jonge kevers. In de buitenteelt is er één generatie per jaar; in de kas of serre kunnen dat er door de hogere temperatuur meerdere zijn.
De gegroefde lapsnuitkever heeft een voorkeur voor het wat steviger, taaie blad, zoals dat van de Camelia en de rododendron.

Vindplaats

Remedie

In de tuinbouw wordt de lapsnuitkever bestreden met biologische middelen in de vorm van aaltjes (Steinernema kraussei and Heterorhabditis).
In de moes- en siertuin kun je de kevers gemakkelijk vangen: omdat deze kevers nachtdieren zijn, kruipen ze overdag weg. Leg een plank of omgekeerde bloempot op de grond en ‘oogst’ regelmatig de daaronder schuilende kevers.

Preventie

In de herfst de grond rond taxusheesters en rododendrons omwoelen op zoek naar larven:

Foto: I. Opuntia – CC BY-SA 3.0