Koolraap

Koolraap behoort tot de kruisbloemenfamilie; de wortel is de koolraap.

Foto: Seedambassadors - CC BY-SA 3.0

Koolraap (Brassica napobrassica) behoort tot de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). De wortel is de koolraap.
Koolrapen groeien in tegenstelling tot de koolrabi gedeeltelijk ondergronds. Zaaien van eind mei tot begin juli in de volle grond. Koolraap houdt van een luchtige, voedzame bodem en veel vocht. Uitplanten in juli en augustus; oogsten in de herfst. Bescherm de jonge plantjes tegen vogels door een net te spannen.
In juli en augustus uitgeplante koolraapjes kunnen van oktober tot december geoogst worden. Laat ze niet te lang staan, want dan worden ze hard en droog. Koolrapen zijn winterhard en worden net als boerenkool door de omzetting van zetmeel naar suiker zoeter van smaak als ze aan vorst blootgesteld zijn.

Plaaginsect

Rafelige, onregelmatige gaten in het blad: slakken (naaktslak).

Gangen en gaten: ritnaalden (larf van kniptor).

Blad wordt aangevreten: kooluil.

Doorzichtige eitjes op de hartbladeren, later pootloze larven: koolgalmug.

Slechte groei; maden in de wortel: koolvlieg.

Misvormd blad: bladluis.

Groeipunt van de koolraap wordt aangetast door larven en er ontstaat draaihartigheid: koolgalmug.

Koolwantsen, foto: B. Schoenmakers – CC BY 3.0

Vraat aan jonge planten en jonge uitlopers door een zwarte wants met drie witte stippen: koolwants.

Schimmels & ziektes

Slechte groei, plant verwelkt, gezwollen wortels rotten weg: knolvoet.

Ronde, grijze tot donkerbruine vlekken tot + 1 cm op het blad. Op de nerven zijn de vlekken ovaal en verdiept: spikkelziekte.

Grote gele, verdroogde plekken op het blad, de nerven worden zwart, gevolgd door stengelrot: zwartnervigheid (Xanthomonas campestris).

Overig

Glazige vlekken en een kurkachtige oppervlak: een tekort aan boor.

Verwante onderwerpen