Gomziekte

Gomziekte kan ontstaan door snoeien of het is een gevolg van verzwakking van de boom.

Kersenboom met gomziekte - foto: Marja Zweesaardt

Gomziekte kan ontstaan door snoeien òf het is een gevolg van verzwakking van de boom. Gomziekte is dan een secundaire aantasting.
Bomen van steenvruchten (kers, pruim, perzik) worden in de regel na de oogst gesnoeid. In de winter maakt snoeien de boom gevoelig voor schimmels.
Bomen van steenvruchten verdragen snoei maar matig. Overmatige snoei doet de boom ‘bloeden’: de boom vloeit op de snijwonden. Het vocht droogt in tot bruin gom. Naast snoeien kan ook wind- en vorstschade (scheuren) gomvorming op de beschadigde plekken veroorzaken. Deze zijn evenzovele toegangspoorten van schimmels en ziektes.
Door schimmels en ziektes aangetaste bomen raken verzwakt, daardoor kan spontaan gomvorming ontstaan. De perzikboom is gevoelig voor perzikkrulziekte en eenmaal verzwakt, treedt vaak gomvorming op. Een overvloedige oogst kan bij perzikbomen eveneens tot gomvorming leiden.
Ook bij de Japanse kers (Prunus serrulata) is de vorming van gom op diverse plekken op de stam en takken een gevolg van aantasting door bacteriekanker (Pseudomonas syringae) en dus secundair.

Vindplaats

Remedie

Lastig te bestrijden; een sterk gommende tak kan nog worden afgezaagd. Echter bij bomen waarbij de gomvorming een gevolg is van aantasting door schimmels en ziektes, is herstel niet meer mogelijk.

Preventie

Voorkom gomziekte door snoeien te beperken en de grond niet te zuur laten worden. Een goede afwatering helpt ook bomen gezond te houden. Wees matig met mest bij bomen van steenvruchten: overbemesting werkt gomvorming in de hand.