Appelbloedluis

Appelbloedluis is een ongeveer 2 mm grote luis die leeft van plantensap dat uit jonge twijgen en snoeiwonden wordt gezogen.

Pluis van appelbloedluis op snoeiwond, foto: MarkusHagenlocher - CC BY-SA 3.0

Appelbloedluis (Eriosoma lanigerum) komt van oorsprong uit Noord-Amerika. De ongeveer 2 mm grote luis ontleent haar naam aan de rode vlekken die ontstaan als de luis wordt fijngewreven. De roodbruine appelbloedluis behoort tot de bladluizen en leeft van plantensap dat uit jonge twijgen en snoeiwonden wordt gezogen. Bladeren laat deze luis ongemoeid. Op de takken laat de luizen wit plakkerig pluis achter.
Op de door de luizen aangeprikte plekken ontstaan gallen en houtige uitwassen: bloedluiskanker. Larven van de appelbloedluis overwinteren zowel bovengronds als ondergronds op de wortels waar ze schade kunnen veroorzaken: er ontstaat groeiachterstand en bij een zware aantasting sterft de boom.
Appelbloedluizen kunnen schimmels zoals Neonectria ditissima verspreiden. Deze schimmel ontstaat op de wonden veroorzaakt door het afbreken van de gallen en is de veroorzaker van vruchtboomkanker.
Lieveheersbeestjes, oorwormen, gaasvliegen en de larven van sluipwespen zijn de natuurlijke vijanden van de appelbloedluis.

Vindplaats

Remedie

Meestal is bestrijding niet nodig: de natuurlijke vijanden houden een eventuele populatie beperkt.
Bij een plaag van appelbloedluizen bestrijden met natuurpyrethrum, zeepspiritus, zeepsop, rabarbergier of brandnetelgier.

Preventie

Oorwormen, sluipwespen en galmuggen zijn de natuurlijke vijanden van de appelbloedluis, de luis die schimmel verspreid. Vernietig deze insecten dus niet.